Maandelijks archief: november 2018

De vermeende autoriteit van Van Dale

Als je een taaldiscussie wil beslechten kijk je in de Van Dale. Het Groene Boekje kan ook maar dat is dunner en geeft minder toelichting. Dus: Van Dale. Zo heb ik er altijd over gedacht en ik ben echt niet de enige. Door een recente taalkwestie is mijn vertrouwen echter gaan wankelen.

Ik zie al een hele tijd met regelmaat nieuwsberichten waarin het woord ‘vermeend’ wordt gebruikt in de betekenis van ‘vermoedelijk’. ‘Vermeende dieven van buitenboordmotoren aangehouden’ bijvoorbeeld. Fout, volgens mij. Zoals ik mijn moederstaal heb geleerd zou je vermeende dieven die zijn gearresteerd, onmiddellijk weer vrij moeten laten. Dat zijn namelijk niet de echte dieven. Het zijn mensen van wie ten onrechte wordt gedacht dat ze dieven zijn. Of: ‘Doden door vermeende gasaanval in Aleppo’. Als het een vermeende gasaanval was, kunnen er geen slachtoffers zijn gevallen, zegt mijn taalgevoel, dus ergens klopt hier iets niet.

Het blijft terugkomen, en het blijft me hinderen. Niet zo lang geleden ook weer: Vermeende topcrimineel ‘Rico de Chileen’ verdacht van meerdere liquidaties’. Dus zo ver is het al gekomen met de misdaad in ons land, dacht ik eerst: ze kunnen denken dat je een reeks liquidaties op je geweten hebt en toch nog twijfelen aan je status als topcrimineel. Wat moet je dàn doen om dat predicaat te verdienen? Maar het drong al snel tot me door dat ik het zoveelste voorbeeld voor me had van die, laten we maar zeggen, vermeende betekenis van het woord ‘vermeend’. Het ging hier om een vermoedelijke topcrimineel.

Nu werd het me te veel. Ik besloot de Van Dale erop na te slaan om mijn gelijk te halen, maar dat liep uit op een teleurstelling: volgens ons nationale taalbaken zou zowel de ene betekenis, die van ‘vermoedelijke dader’, correct zijn als de andere, die van ‘ten onrechte verdachte persoon’.

OK. Laat me dit even rustig recapituleren. We hebben dus één woord, dat volgens Van Dale zowel op ‘onschuld’ als op ‘vermoedelijke schuld’ kan duiden. Ik kan het eigenlijk niet geloven. Zijn daar meer voorbeelden van? Zou er bijvoorbeeld een woord kunnen zijn dat tegelijk ‘zwart’ en ‘vermoedelijk wit’ betekent? Of een begrip dat tegelijk ‘onjuist’ en ‘waarschijnlijk juist’ aanduidt? Bij de Taalunie zouden ze wel raad weten met zo’n woord: ‘Het gebruik van deze term in dit verband is fout, maar ook vermoedelijk goed’. Er zou een hele last van hun schouders vallen.

Wie een echt bestaand voorbeeld weet melde zich. En terwijl ik dat in spanning afwacht, voer ik nog een laatste reden aan waarom we het woord ‘vermeend’ niet in de betekenis van ‘vermoedelijk’ moeten accepteren. We hèbben namelijk dat woord ‘vermoedelijk’ al, en dat heeft maar één betekenis. Een andere term voor hetzelfde voegt dus niets toe, behalve verwarring als het ook nog zijn eigen tegendeel beduidt zoals hier het geval is. Ik stel dan ook voor dat Van Dale alsnog de erkenning van die andere term – vermeend in de betekenis van vermoedelijk – intrekt. Doet ze dat niet, dan riskeert ze voortaan te worden aangeduid als vermeende taalautoriteit. Misschien vindt ze dat zelf een compliment, maar wij weten beter.

Metamorfose: Wageningen UR 1993-2018

Boek over organisatie, onderwijs en onderzoek van Wageningen UR in de vijfentwintig jaar tot aan het honderdjarig bestaan van de universiteit. Geschreven met Joost van Kasteren.

tekst (geen eindredactie)