Publeaks mag wel dicht

Tweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on FacebookGoogle+Email to someone

Journalisten zijn er om mensen te informeren over dingen waar ze anders niet of minder snel achter zouden zijn gekomen. Als het goede vaklui zijn beschikken ze over de bronnen en brains om zulke dingen aan het licht brengen. Maar wat als ze niet meer over bronnen of brains hoeven te beschikken?

Wikileaks is daar een duidelijk voorbeeld van. Journalisten hebben geen zorgvuldig opgebouwd netwerk meer nodig. Ze hoeven geen emailadressen of telefoonnummers op te scharrelen uit beduimelde opschrijfboekjes (of iPads), ze kunnen hun spreekwoordelijke antenne-voor-het-nieuws ingeschoven laten. Ze kunnen het zelfs wel stellen zonder kennis van zaken om het nieuws op te sporen want het wordt voor hun voeten neergegooid. Snuffelen, data mining in die enorme berg gekwalificeerd materiaal is genoeg. Afwegingen over de relevantie, de gevolgen, bescherming van de bron – kortom afwegingen waarin de journalist zijn eigen maatschappelijke verantwoordelijkheid een plek geeft, lijken van minder belang. De onthullingen liggen immers al op straat en als jij het niet snel naar buiten brengt zal een ander het wel doen.

Rondom Wikileaks heeft altijd een geur van heldendom en het goede doel gehangen: achterkamertjes zijn slecht, openheid is goed. Zelf deel ik die beoordeling niet, al komt er natuurlijk ook weel belangwekkende informatie uit voort zoals het materiaal van voormalig NSA-medewerker Edward Snowden. Natuurlijk zou ik zo’n berg informatie ook niet onaangeroerd laten als hij voor mijn deur werd gedeponeerd. Maar ik vind er niks goeds of verlichts aan. Diplomatie is bijvoorbeeld geen diplomatie als hij niet in achterkamertjes wordt bedreven. Mensen praten daar anders over elkaar en wisselen andere informatie uit dan in het openbaar. Het verschil daartussen ‘onthullen’ is geen kunst en levert in mijn ogen ook geen verdienstelijke journalistiek op.

In Nederland is voor dit type risicoloze onthullingen nu een speciale website opgezet waar je anoniem belastende informatie kan uploaden. Het bestaan van die site is een openlijke uitnodiging: ‘Verraad je baas of je collega, en wij zullen hem of haar aan de schandpaal nagelen!’ Op de home page van die site is geen enkele overweging te vinden om de lekkers nog even te laten nadenken over de gevolgen van hetgeen ze overwegen. De beheerders kunnen hun gretigheid maar nauwelijks onderdrukken in een overigens slecht geformuleerde oproep: ‘U hebt misschien informatie of kennis van zaken die niet in de haak zijn en waarvan u vindt dat ze moeten worden onderzocht, om er een einde aan te maken of misschien om er een bredere discussie mee los te maken.’ Ieder die nog met een restje rancune rondloopt kan zijn gram nu halen met hulp van de journalisten achter Publeaks. Die kunnen met hun benen op tafel de onthullingen inwachten. De suggestie van Henk Krol en Jan Nagel dezer dagen, dat de val van eerstgenoemde door toedoen van Publeaks het werk was van diens vijanden, kwam als verdediging wat zwak over maar lijkt niettemin heel aannemelijk.

Als zo’n berg of bergje belastende informatie tegen een bepaald persoon voor mijn deur werd neergegooid zou ik hem wèl laten liggen, denk ik. Ik vind het achterliggende kliksysteem verwerpelijk. Natuurlijk: als er iets wordt onthuld op basis van bronnen binnen een organisatie spelen wel vaker partijen een rol die daar belang bij hebben, of die de verantwoordelijke graag onderuit zien gaan – ook als er geen Publeaks aan te pas komt. Maar bij een website als Publeaks verwordt de drieslag verraad-onthulling-val tot een dodelijk mechanisme tegen mensen die op enig moment verantwoordelijkheid hebben genomen, in handen van mensen die geen verantwoording hoeven af te leggen. Geen aanwinst voor de onze maatschappij, in mijn ogen, en evenmin voor de journalistiek. Van mij mag die website Publeaks dicht.