Maandelijks archief: december 2013

‘Wij wensen iedereen het beste!’

Tweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on FacebookGoogle+Email to someone

Jaren geleden passeerde ik op de snelweg een kantoorgebouw waarop een lichtgevende heilwens was aangebracht. Het gebouw was van een verzekeraar. Er stond op: ‘Wij wensen iedereen een gelukkig nieuwjaar’. Mooi, dacht ik, dat kan iedereen in zijn zak steken. Maar wordt iemand hier echt gelukkiger van?

Sindsdien vallen me steeds meer kerst- en nieuwjaarswensen op die zonder duidelijke afzender en zonder geadresseerde doelloos de oneindige ruimte in worden geslingerd. De e-cultuur draagt daaraan bij maar eerlijk is eerlijk: wie een onpersoonlijke feestdagenwens wil sturen kan dat heel goed in print doen.

Zo krijg ik elk jaar een stapeltje kerstkaarten van bedrijven die ooit iets voor me hebben gedaan. Al of niet met full colour sneeuwlandschap en zwart ingedrukte bedrijfsnaam haal je ze uit de envelop zonder een spoor te ontdekken van de persoon die je zoveel goeds toewenst. Vaak bestaat die persoon ook niet omdat de verlener van de toenmalige dienst alweer bij een ander bedrijf werkt of voor zichzelf is begonnen. De boodschap is dan vooral dat de afzender zijn relatiebestand niet up-to-date houdt.

Toch is zelfs zo’n losse flodder in print altijd nog effectiever dan een kerst-email of facebookpost namens het bedrijf. Niet in de zin dat iemand zich werkelijk gelukgewenst voelt, maar door dat ándere resultaat: dat de geadresseerde even aan de afzender denkt, en dat is toch de dubbele agenda van een bedrijfswenskaart. De ontvanger moet het als attentie ervaren, de afzender komt heel even in het licht te staan als brenger van die attentie. Dat licht schijnt langer bij een papieren kaart, want die komt altijd wel een tijdje op een bureau of vensterbank te staan, of aan een prikbord of lint te hangen waar ook anderen er kennis van nemen. Van een heilwens per mail of social media kan dat niet worden gezegd.

Dezer dagen zag ik vaak fraaie emails passeren met goede wensen en allerlei verrassende effecten onder de klik. De afzender van een mail is haast altijd een persoon. Dat komt in de buurt van een getekende kerstkaart maar het bereikt maar één ontvanger, is veel vluchtiger en de – letterlijke – persoonlijke touch van een handtekening ontbreekt.

De socialmediavariant is de minst effectieve. Op Facebook zag ik een post van een bekende uitgever met als kop ‘Seasons Greetings’ en daaronder een tekstje over de activiteiten van het bedrijf. Een collega in het communicatievak twitterde diezelfde woorden, plus een link naar een Youtube-filmpje met vuurwerk en de verzekering dat men ook komend jaar graag opdrachten voor mij zou willen uitvoeren. Helemaal van deze tijd maar zo onpersoonlijk als een loden deur, dus niet goed voor het imago van de afzender.

Doe zoiets op elk moment van het jaar maar niet met de feestdagen, zou mijn advies zijn. Of helemaal niet.

Eigenlijk kan je wel zeggen dat iedere heilwens die door de handen is gegaan van één mens van vlees en bloed en gericht is aan een andere, de bestaande relatie tussen die twee even doet opgloeien. En ook dat elke seizoenswens waar dat persoonlijke element aan ontbreekt, verspilde energie is en misschien nog wel erger: een indruk van nonchalance en gemakzucht achterlaat.

Gastrovan: de drie musketiers van het streekgerecht

Tweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on FacebookGoogle+Email to someone

Streekproducten hebben een belangrijke plaats in de etalage van de land- en tuinbouw. Er wordt veel geïnvesteerd in communicatie en marketing en er is een speciale stichting die keurmerken toekent. De meest overtuigende reclame kwam echter dit jaar niet van producentenkant, maar van drie jonge koks die zich lieten leiden door hun enthousiasme voor lekker eten en de oorsprong daarvan.

‘Gastrovan, met je neus in de boter’, zo heet het kookboek dat ze schreven op basis van een ‘gastronomische veldtocht’ door West-Europa. Ze zegden hun banen op, kochten een ruim bemeten bestelauto (een van), bouwden die om tot uitklapbare mobiele keuken en trokken op dagkoersbasis de wijde wereld in, ‘op zoek naar de bron van klassieke gerechten’. Zo reden ze een zomer lang door Nederland, België, Frankrijk en Spanje om kennis te verzamelen bij boeren, vissers en restaurateurs, voor wie ze dan als dank vaak in hun Gastrovan een copieus maal bereidden.

Dat leverde een boek vol bijzondere recepten op, samengesteld uit ingrediënten van de streek en vaak geflankeerd door verhalen over de manier waarop ze worden gevangen, gekweekt en/of geoogst. Daarnaast worden we op de hoogte gehouden van de voortgang en de onverwachte wendingen in hun veldtocht en van stages bij producenten, ambachtelijke verwerkers en gastronomische leermeesters.

De drie culinaire musketiers sleuren je mee in hun onbezonnen maar misschien juist daardoor zo productieve ontdekkingsreis, waarbij ze zich laten leiden door hun onbevangen nieuwsgierigheid, kennishonger en enthousiasme voor lekker eten met authentieke ingrediënten. En dat in een tijd waarin er nog maar weinig kookboeken lijken over te blijven waarvan de inhoud niet wordt gefilterd door deze of gene overtuiging op het gebied van slank, gezond, duurzaam of anderszins verantwoord eten.

Dit kookboek is heerlijk, kortom. De belangstelling voor de streken en de tradities waaruit de ingrediënten voor hun maaltijden voortkomen, en voor de manier waarop ze zijn geproduceerd is authentiek en meeslepend. De drie schrijvers maken daarmee gemakkelijk de stap van streekgerecht naar streekproduct. Daardoor doen ze onbevangen en zonder pr-agenda iets waarvoor veel professionele marketeers en communicatiemensen in touw zijn: de consument dichter bij de oorsprong van zijn eten brengen – en bovendien op Europees niveau, heel gepast lijkt me in deze tijd.

Ik heb het kookboek zonder aarzeling als eindejaarsattentie voor mijn klanten uitgekozen en gisteren verstuurd. Wie niet tot die bevoorrechte groep behoort, kan zich informeren op hun Facebookpagina of op de website van Gastrovan. En wie zich nog voor de Kerst wil overtuigen van de kookkunsten van het drietal kan tot a.s. zaterdag terecht in het Delftse Theater de Veste.

‘Om u beter van dienst te zijn…’

Tweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on FacebookGoogle+Email to someone

Dezer dagen kreeg ik weer zo’n klantenbrief, van mijn bank ditmaal. ‘Om u nog beter van dienst te zijn…’. Als je dat leest weet je bijna zeker dat je een slechtere service gaat krijgen, las ik twee jaar geleden al op NuZakelijk.nl.

Sindsdien, en daarvoor trouwens ook, zag ik tientallen voorbeelden voorbij komen. En ook nu klopte het weer. Ik laat namelijk mijn bank nog altijd maandelijks papieren afschriften versturen om achteraf na te kunnen slaan. Zij willen daarvan af, uit kostenoverwegingen. Jammer, maar niet onbegrijpelijk. Dus krijg ik een brief, die begint met ‘Om onze dienstverlening verder te verbeteren…’. De dienstverlening is dus eigenlijk al heel goed, en de komende maatregel zal daar alleen nog maar een schepje bovenop doen, moet ik denken. Maar bij mij brengt deze aanhef andere effecten teweeg. Effect nummer 1: ik weet nu dat de bank haar eigen dienstverlening hoog aanslaat. Zelf doe ik dat op basis van ervaring helemaal niet. Dat is de eerste deuk in de geloofwaardigheid van de afzender. Effect nummer 2: omdat ik al zo vaak misbruik heb gezien van zulke zinsnedes, weet ik meteen dat me slecht nieuws te wachten staat. Dat blijkt een paar regels verder terecht te zijn. Dat is de tweede deuk, plus irritatie want ik krijg nu èn slecht nieuws èn ik word niet serieus genomen door mijn bank. Met zulke relatiebrieven heb je geen vijanden meer nodig…

Kon het ook beter? Makkelijk, volgens mij. Er is al veel gewonnen als je alleen maar zo’n zinnetje over het verder verbeteren van je dienstverlening weglaat. Gewoon niet opschrijven, die borstklopperij. De lezer wil graag weten welke veranderingen eraan komen die hem of haar raken en heeft in het algemeen geen boodschap aan algemene statements over ‘dienstverlening’. En verder kan je eerlijk en realistisch zijn over wat je van plan bent. Bijvoorbeeld zo: ‘Tegenwoordig versturen we nog maar weinig papieren rekeningafschriften. Daardoor worden de afschriften die we nog wèl versturen steeds duurder. Daarom willen we deze service beëindigen. Dat bespaart ons kosten, die we dus ook niet meer aan onze klanten hoeven door te berekenen.’ Dat zou begrijpelijk en logisch zijn geweest. Je zou je als een mens met verstand benaderd voelen en daardoor ook open staan voor het onprettige nieuws dat volgt – precies waar die brief voor is bedoeld. Zo eenvoudig…