Maandelijks archief: februari 2014

Mijn nieuwste ‘schrijfproduct’

Tweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on FacebookGoogle+Email to someone

Stel, u heeft vanavond gekookt. Voor vrienden misschien, of voor uw vrouw en kinderen. Zegt u dan, terwijl u de pannen op tafel zet: ‘Kijk eens. Ik hoop dat mijn kookproduct jullie smaakt.’? Ik denk het niet. Waarom zeggen de spoorwegen dan wel ‘U kunt uw reisproduct afhalen bij de automaat op het perron?’

NS-productenHet blijft raden. Want waarom zou je de klant niet gewoon vertellen dat hij zijn abonnement kan ophalen, of zijn kortingskaart? Zoals je ook aan tafel spreekt over het eten dat je hebt gekookt?

Ik gebruik dat eetvoorbeeld niet voor niks. Mijn stelregel is: schrijf geen formuleringen op die je thuis aan de keukentafel niet zou gebruiken. Je zou bijvoorbeeld niet tegen je gasten zeggen ‘Let we met het toetje aanvangen.’ Schrijf dan ook niet op ‘Het onderzoek is aangevangen.’

Hoe goed die stelregel ook is uit te leggen, in de praktijk wordt hij met voeten getreden. Het woord ‘product’ is er een schrikbarend voorbeeld van. De bank biedt u zijn ‘spaarproducten’ aan. Pensioenfiscalisten vragen uw aandacht voor een ‘adviesproduct’ en ja, het ziekenhuis stuurt een rekening voor zijn ‘zorgproducten’. Hoe minder tastbaar het onderwerp, des te liever spreken de aanbieders van hun ‘product’. Ik heb bijvoorbeeld nog nooit een patatbakker gezien die zijn ‘frituurproduct’ aanprijst. Maar ik zie wel een hogeschool die zijn studenten hun vakken laat afsluiten met een ‘beroepsproduct’, de Protestantse Kerk Nederland die meer mensen naar zijn ‘product’ de Kerstnachtdienst wil lokken, en de datingwebsite Second Life die geen interview op de radio wil omdat haar ‘product’ dan in diskrediet kan worden gebracht. Zelfs in de politiek worden tegenwoordig producten voortgebracht. Staatssecretaris Dijksma schrijft bijvoorbeeld aan de volksvertegenwoordiging dat ‘uw Kamer binnenkort andere producten zullen worden toegezonden.’

Gisteren kreeg ik een rekening van Park-Line, een bedrijf dat het mogelijk maakt om telefonisch je parkeergeld te betalen. Minder tastbaar kan het bijna niet. Toch stond er een overzicht van ‘producten’ op de factuur: ‘Parkeren 2,85; abonnement 2,50’. Nu kan je je bij een abonnement misschien nog een card voorstellen. Oudere mensen kunnen eventueel aan een kartonnen kaartje met stempels denken. Maar probeert u zich nu eens in te denken hoe ‘parkeren’ een product kan zijn. Daar is niet uit te komen, toch?

Mijn voorstel: laten we een verzekering weer een verzekering noemen, een enkele reis een enkele reis, een beleidsnota een beleidsnota, en een parkeervergoeding een parkeervergoeding. Dan noemen we alles wat uit een fabriek komt, of van een boerderij of tuinbouwbedrijf: een product. Lekker ontspannen. En dan zal ik mijn blogpost ook nooit meer een schrijfproduct noemen.

Hup webwinkeliers!

Tweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on FacebookGoogle+Email to someone

Vrouwen die een webwinkel beginnen moeten niet denken dat ze met ondernemerschap bezig zijn, of met een carrière. Dat zegt Marianne Zwagerman. Ze schreef er twee jaar geleden een boek over, en ze verkondigt die boodschap nog steeds regelmatig.

‘Een webshop is geen carrière; Ontsnap uit het mutsenparadijs’, zo heet dat boek. Vorige week was de auteur weer op Radio 1 te horen, samen met geslaagd onderneemster Claudia Willemsen van Kleertjes.com. Die vrouwen – want dat zijn het meestal – hebben geen business plan, ze verdienen er in de meeste gevallen geen droog brood mee en er zit geen toekomst in, aldus beide toppers. Maar ze ‘doen wel belangrijk’, want ‘op het schoolplein zeggen ze dat ze gauw weer naar huis moeten om op hun webwinkeltje te passen.’ Het misprijzen druipt er vanaf.

De webwinkeliersters durven ook nog eens geen risico te nemen, aldus Zwagerman: ‘Dáár gaat het al fout. Ze hoeven niet te investeren. Het is altijd van ‘zo lekker van huis uit’, en ‘ik vind het zo leuk’, maar dan ben je geen ondernemer!’ Waarop side-kick Willemsen inhaakt: ‘Als je geen ondernemer bent dan kan je het shaken!’. En direct daarna de genadeklap: ‘Gooi dicht die tent en ga een baan zoeken!’. Ga een baan zoeken. Tuurlijk. Gewoon achter in de rij aansluiten bij die 700.000 andere werkzoekenden…

Zwagerman is een vrouw met veel talenten. Ze was bijvoorbeeld directeur bij de Telegraaf Mediagroep en medeoprichter van PowNed, en volgens haar LinkedIn profiel is ze nu spreker, schrijfster (van dat boek) en media-innovatiestrateeg. Misschien ziet ze daarom niet dat niet alle vrouwen een carrière willen. Er zijn veel meer vrouwen, en mannen, die gewoon proberen een boterham te verdienen, en tevreden zijn als dat in deze crisistijd een beetje lukt.

Dat ze daar als succesvolle carrièrevrouw geen oog voor heeft siert haar niet, vind ik. Datzelfde geldt voor een andere blinde vlek in haar wereldbeeld. Wie zou beter dan een media-innovatiestrateeg kunnen snappen dat het internet precies die deuren heeft geopend die Zwagerman weer dicht probeert te duwen? Veel mensen konden of durfden vroeger de markt niet op omdat de investeringsdrempel vaak hoog was. Je moest een flinke spaarpot hebben om een winkel of een andere onderneming te beginnen, of het vertrouwen van de bank. Nu is dat anders. Tegenwoordig mag iedereen het proberen, en velen doen het ook. Dat zijn geen mutsen maar ondernemende mensen die hun lot in eigen handen willen nemen. Sommigen groeien uit tot nieuwe Claudia Willemsens; anderen verdienen een mooie zakcent en weer anderen zetten er na verloop van tijd een punt achter. Prima toch? Dat is één van de mooie dingen van het internet en dat houdt niemand tegen, ook Marianne Zwagerman niet. Ik zou zeggen: hup webwinkeliers!

Maar laten we nou eens veronderstellen dat ze gelijk heeft: geen risico, geen toekomst, allemaal mutsen. Welk belang heeft een geslaagde carrièrevrouw er dan bij om onvermoeibaar haar ondernemende, maar minder succesvolle seksegenoten naar beneden te halen? Zwagerman heeft wel eens gezegd dat ze wil dat vrouwen de lat hoger leggen voor zichzelf. Maar ik hoor vooral de echo van het verwijt dat die seksegenoten op het schoolplein ‘belangrijk doen’. Belangrijk doen siert niemand. Ook niet een media-innovatiestrateeg.