Haagse onderhandelingen leggen bijl aan wortel van Eerste Kamer

Tweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on FacebookGoogle+Email to someone

In Ierland wordt morgen een referendum gehouden over het voortbestaan van de senaat. Ook in ons land wordt eens in de zoveel tijd gediscussieerd over het bestaansrecht van de Eerste Kamer. Op dit moment niet. Maar wel zijn de partijen in Den Haag dezer dagen druk doende om impliciet de bijl aan de wortel van dat orgaan te leggen.

Waarom bestaat er een Eerste Kamer? Reflectie, hoor je vaak. Nog eens even rustig, buiten het bereik van de politieke stormen van de Tweede Kamer, overleggen ‘of het uiteindelijke voorstel kwalitatief wel goed genoeg is, of er geen strijdigheid is met de Grondwet of internationale verdragen, of de rechten van de burgers niet onevenredig worden geschaad en of het geheel betaalbaar blijft,’ zegt de website van de senaat.

Historisch valt te beargumenteren dat dat orgaan er is om de belangen van de regio’s of provincies een rol te laten spelen. Dat is in heel veel landen zo, en bij ons worden de leden van de Eerste Kamer gekozen vanuit de provincies. Welke andere bedoeling zou de wetgever daar in 1815 mee gehad kunnen hebben?

Zeker is dat de Eerste Kamer in elk geval niet bedoeld kan zijn om het werk van de Tweede Kamer nog eens over te doen. En zeker lijkt mij nog meer dat een Eerste Kamer die onder curatele staat van de Tweede Kamer geen recht van bestaan heeft. Zo’n Eerste Kamer voegt niets toe en kost dus echt alleen maar tijd en geld.

Toch lijkt dat dezer dagen precies de rol die in Den Haag aan de senaat wordt toegedacht. Sinds het presenteren van de begroting in de Tweede Kamer wordt met dat deel van de volksvertegenwoordiging druk onderhandeld over de vraag hoe de regering straks in de Eerste Kamer over een meerderheid kan beschikken. Buma, Pechtold, van Ojik, Slob – allemaal doen of deden ze mee. En inderdaad, Wilders en Roemer hebben afgehaakt. Dat was echter om hen moverende politieke redenen, niet omdat ze dergelijke onderhandelingen een affront voor de Eerste Kamer vonden.

Maar het is wel een affront. Het betekent namelijk precies die twee dingen die hiervoor werden genoemd als kenmerken van een overbodige Eerste Kamer: 1) dat de Eerste Kamer op politieke gronden beslist of ze een regering steunt, en 2) dat de leden van de senaat zich – toepasselijke beeldspraak – de wet laten voorschrijven door de Tweede Kamer. Als, laten we zeggen, fractievoorzitter Pechtold van D’66 in de Tweede Kamer straks tegen Rutte en Dijsselbloem kan zeggen: ‘Dankzij de aanpassingen die jullie in je begroting hebben gedaan kan ik zorgen dat je ploeg in de Eerste Kamer overeind blijft’, dan betekent dat toch dat hij de senatoren van D’66 aan een touwtje heeft? En als dat waar is, is de consequentie dat we de Eerste Kamer inderdaad beter kunnen opdoeken.

Ik zelf ben daar geen voorstander van. Maar ik denk dan ook dat het correcter zou zijn als de regering met fractieleiders in de Eerste Kamer om de tafel was gaan zitten om te zien hoe ze daar in het zadel kan blijven. En dat zouden dan geen beleidsinhoudelijke afspraken aan te pas komen, want die zijn in de Tweede Kamer al afgedekt.